mei 6, 2016
Vandaag mag ik komen kijken hoe el jefe zijn toña’s (spreek uit: tonja’s) bereid. Toña is een regionaal zoet broodje, wat alleen in (de omgeving van) Castalla wordt gemaakt. De wijze waarop Pedro ze maakt verschilt weer van andere bakkers in het dorp. Het recept voor de tonã’s is van zijn oma van zijn vaders kant. Pedro is de laatste in de familie die dit recept maakt. Er gaan in ieder geval water, meel, ei, suiker, gist en citroenschil in. De rest van het recept is geheim, “La recetta secreto”, zegt hij lachend. Hij weet niet precies hoe oud het recept al is, maar het zal zeker 200 jaar oud zijn en misschien al langer. “Es muy muy antigua.”
Het deeg rijst in een grote teil, waarna Pedro het kneedt en in stukken verdeeld, die hij keurig afweegt in porties van 125 gram. Hij draait ze kundig tot een bol op de RVS tafel die hij heeft ingesmeerd met olie. Vervolgens drukt hij afwisselend aan de onderkant een soort holte of hij maakt juist een soort uitstulping. Het eindigt altijd in een mooi gevormde bol, die hij op de bakplaat plaatst en met zachte precisie iets plat drukt.


Tijdens de siësta kunnen ze mooi 35-40 minuten rijzen, dan gaan ze beslist de oven niet in, zegt Pedro. Na het slapen wordt het deeg bestreken met ei en worden ze in circa 15-30 minuten afgebakken in de oven, die achterin de piepkleine, zeer nette en schone keuken staat. Thuis heeft Pedro een houtgestookte steenoven, waar hij wel eens toña’s in bakt. Trots laat hij foto’s zien.

De houtoven van Pedro (foto’s: Pedro Galvan)
Na vijven kunnen we de toña’s proeven. De bollen staan fier en stevig overeind te pronken in de kleine plastic vitrine op de bar. Bestoven met poedersuiker, waarin het symbool van La Sucrera is gestreken: een mooi patroon in de vorm van een spiraal, wat verwijst naar de porras. Na het doorsnijden van de toña komt een veerkrachtig en zacht gistdeeg tevoorschijn. De smaak? Denk aan ons kerstbrood, maar dan van hoge kwaliteit en niet droog. Vers, mals, eenvoudig, maar oh zo lekker. Dat smaakt naar meer. We verorberen er nog één, onder het genot van de laatste slokjes caracillo – want die beviel goed gister.




In eerdere artikelen schreef ik over de churros en porras van La Sucrera, een xurrería in Castalla, een dorp in de bergen bij Alicante aan de oostkust van Spanje.
Xurrería La Sucrera
Calle Dr. Sapena 9, Castalla (Alicante), Spanje.
mei 6, 2016
De Spanjaarden zijn nog steeds dol op hun slaapje ’s middags. Na al minstens vijf keer voor een dichte deur gestaan te hebben, hebben we het nu eindelijk door. In januari hingen er nog geen openingstijden, dus het was elke keer een gok. Nu hangt er een bordje en weten we: open tot twee uur, en ná vijf uur. Met een beetje geluk hebben ze nog een paar churros over, “maar die eet je eigenlijk gewoon ’s ochtends (mañana), dan zijn ze op hun best.” zegt Pedro streng, maar vriendelijk.

Pedro is de eigenaar van La Sucrera, een eenvoudige xurrería in Castalla, een dorp in de bergen bij Alicante aan de oostkust van Spanje. La Sucrera is, zoals de naam al verklapt, gespecialiseerd in het maken en verkopen van churros. Het is een kleine zaak met bar, meerdere tafeltjes en sinds kort ook een terras. La Sucrera serveert meerdere soorten koffie, infusies, thee, chocolate (de échte Spaanse chocolademelk; met de dikte van vla), chupitos de licor, bier en daarbij allerlei hapjes, van zoetigheden en tostada con mantequilla tot tapas zoals caracoles (slakjes van de campo – het platteland – met kleine pepertjes, guindillas) en gebakken bloedworst (sangre frio).

Churros con azúcar

Churros con chocolate
La Sucrera is een echt familiebedrijf. Eigenaar Pedro, zijn vrouw Carmen, hun dochter Mari Carmen, Maria Jesús – de zus van Pedro – en werknemer Pau. Alles wordt gemaakt met natuurlijke ingrediënten, van de pan con tomate, toña’s tot de churros y porras. Pedro gebruikt geen conserveermiddelen en kleurstoffen. “Nuestros productos son artsenal.” benadrukt Pedro – “onze producten zijn ambachtelijk”. De hele conversatie verloopt in het Spaans. Want Engels, dat spreken ze hier nauwelijks, al doen ze flink hun best. Geweldig avontuur dit, goed om mijn Spaans te oefenen.

La Sucrera: Mari Carmen, Pedro, Carmen, Maria Jesús en Pau.
Carajillo
Naast de bekende café solo, cafe con leche en cortado, bestel ik dit keer een carajillo. Pedro lijkt er veel plezier aan te beleven dit voor mij te bereiden. Carajillo is een klein glaasje koffie met één derde Spaanse brandy (Terry), citroenschil, een stukje pijpkaneel, en een zakje azúcar moreno. Eerst wordt het geheel verwarmd met de melkopschuimer. Dan wordt de brandy aangestoken en voortdurend geroerd met een lepel. Vervolgens gaat er nog espresso bij. Een kruidig en sterk drankje is het eindresultaat.

Pedro maakt een carajillo
Soy churrero
Pedro is churrero van beroep, dat is zijn specialiteit. Prachtig is dit, een beroep wat we in Nederland niet eens kennen! Naast churrero is hij ook banketbakker. Hij maakt bollería, een wisselend assortiment aan zoete broodjes – wat in het Frans ook wel viennoiserie wordt genoemd. “Tartas? No.” Wij gaan voor een soort koffiebroodje, con crema y pasas: gevuld met een beetje room en rozijnen. Lekker.

De volgende dagen mocht ik komen kijken hoe toña’s en porras gemaakt worden. Klik op de links om deze artikelen te lezen.
Rest mij te zeggen: ben je eens in Alicante of omstreken, een bezoekje aan Xurrería La Sucrera in Castalla beveel ik van harte aan. Je kunt hier heerlijk in alle rust aan de bar genieten en je Spaans oefenen of lekker mensen kijken tijdens de topdrukte tijdens de spitsuren, wanneer in hoog tempo porras of churros naar binnen worden gewerkt. De gastvrijheid hier is hartverwarmend en het eten ook. Pedro besluit met: “Me gusta cocinar…” – “Ik houd van koken… en van het opeten.” terwijl hij lachend over zijn buik wrijft.
Xurrería La Sucrera
Calle Dr. Sapena 9, Castalla (Alicante), Spanje.
apr 4, 2016
Vaak zijn de plekken waar je het niet van verwacht, het allerleukst. Alicante, gelegen aan de oostkust van Spanje, is een waar eetparadijs. Het leent zich makkelijk voor een fijne wandeling: je slentert wat rond en het is verrassend hoeveel leuke eetzaakjes er in de straten verstopt zitten.
Mercado Central
Of je nu in een Spaans dorp of stad komt, nagenoeg overal is een overdekte markthal, dus ook in Alicante. Vooral leuk als je in je verblijf beschikt over een kookgelegenheid, zodat je ingrediënten kunt kopen om zelf een maaltijd te bereiden. Maar iets lekkers voor onderweg of thuis kan natuurlijk ook. Deze mercado heeft twee verdiepingen. Boven vind je een grote afdeling met voornamelijk carne. Denk aan alle delen van het dier (van kop tot staart) maar ook allerlei soorten worst, een bescheiden collectie kaas – let voor de grap eens op, “Nederlandse” Edammer en Gouda kaas is er altijd! – en gedroogde vis zoals mojama, gedroogde gezouten tonijn. Beneden is de verse visafdeling. Wil je wat kopen, kijk dan waar veel mensen staan en waar het fris ruikt en de vis mooie heldere ogen heeft. Bij een bepaald deel rook het namelijk wat minder fris. Je kunt hier terecht voor vele soorten, denk aan merluza (heek), sálmon (zalm), sardines, boquerones (verse ansjovis) en de mooiste mariscos (zeebeesten) zoals langoustines. Wil je eens voordelig allerlei soorten vis uitproberen, doe dit dan beslist in Spanje. In een ander deel van de hal zijn de mooiste groenten en fruit uitgestald, en wat allerhande andere producten, zoals peulvruchten, noten, zuidvruchten en heel grappig, bijna kneuterig; eieren in allerlei soorten en maten, gepresenteerd in mandjes. Ook tref je er kleine panaderia en pastelería, die brood en allerlei soorten koekjes verkopen. Opvallend in Spanje is het aandeel sin azúcar, zonder suiker, wat veelal gezoet wordt met maltitol. De sfeer is hier wat rauwer dan in de mercado central van Valencía. In Alicante is het allemaal wat kleiner, donkerder en voel je je de enige toerist. Zeker als je zo’n markthal nog nooit hebt gezien, is het erg leuk om eens mee te maken.





Tres semillas
Loop Mercado Central uit en in een van de straatjes schuin tegenover tref je al Tres semillas, een leuk zaakje dat vegan taarten verkoopt. De taarten komen over als homemade, niet strak als bij een dure patisseriezaak, maar het ziet er goed uit en smaakt lekker. Ik proefde de sachertorte met aardbei, van zachte cacao(cake)biscuit, met een laagje aardbeienconfiture in het midden en afgestreken met ganache. Ik moet bekennen dat ik hem lekkerder vond dan de sachertorte in Wenen. Ook deze dames verkopen taartjes sin azúcar, zoals bladerdeeg met plakjes appel en gezoet met een beetje agavesiroop (uiteraard wel een vorm van suiker, maar geen kristalsuiker) en een chocoladehartje gezoet met maltitol. Het chocoladehartje bevat een hele compacte chocolademousse en is vooral vers lekker. Ik had nog een stukje mee naar huis, en de smaak wordt de volgende dag wat minder. Dus geniet er meteen van, dat kan binnen of voor de deur op het terras met een sapje of café solo – espresso, zeer betaalbaar in Spanje. Of neem de lekkere aardbeientaart mee naar huis (ook de volgende dag nog lekker) waarmee eigenaresse Belinda poseert. De vulling doet aan kwark denken en is gemaakt van onder andere plantaardige room, aardbei en citroen. Zeer sympathieke plek met aardige dames en lekkere taartjes, wat wil je nog meer?
Tres semillas Avenida Constitución 16, Alicante.


Bollería Dorita
Veel zaken zijn ‘s middags in Spanje gesloten, zo ook deze bakkerij. Maar wat er in de vitrine stond zag er niet te versmaden uit.
Calle Bazán 36, Alicante.

Sudeste – The new food generation
Een prachtige zaak, met mooi vormgegeven logo dat binnen groot en sierlijk op de muur staat in een industrieel interieur met veel gerecycled hout. Sudeste, wat zuidoost betekent, heeft een kleine kaart met originele gerechten voor aardige prijzen. Hier eet je stylish, want de gerechten zien er mooi uit, maar zonder een opgeprikt gevoel, zittend op krukken aan de bar of aan hoge tafels. Een aantal gerechten van de kaart: tartaar van avocado, sesam en amandel, salades, hamburgers, Smørrebrød met mierikswortel, bladgroenten en eetbare bloemen, taco’s gevuld met confijte eend met sinaasappelsalsa en chipotle en eenvoudige desserts zoals fruit met yoghurt en honing – voor aardige prijzen. Ook kun je speciaalbiertjes en Fritzkola bestellen. Sudeste is maatschappelijk betrokken, want ze verkopen zelfs een plato solidario, een gerecht waarvan de winst naar een sociaal doel gaat. Helaas was mijn buik nog vol van de taartjes bij Tres semillas, maar het zag er allemaal erg lekker uit en het personeel was vriendelijk.
Sudeste Calle Bazán, 34, Local 1, Alicante.

Fran Segura Chocolab – pastelería artesanas
Dit is een voorbeeld van een aangename verassing waar Alicante vol mee zit. Ongepland kwam ik deze zaak tegen tijdens onze wandeling. De prachtige taartjes van patissier Fran Segura staan al voor je klaar in de vitrine met prachtige namen als amarillo (geel); een strak vierkant citroentaartje van eenvoudig (cake)biscuit met een laagje bovenop dat knalde van de kleur én smaak: citroen en een minimacaron met kokossmaak. Heerlijk. Zijn doel is eenvoudig gebak aan te bieden met een ingewikkeld concept. Interessant. Aan de wanden kun je een zakje volscheppen met notenrotsjes of geconfijte sinaasappel gedoopt in pure chocolade. Ook verkopen ze vierkante chocoladetabletten met sinaasappel of andere decoraties, stuk voor stuk prachtig om te zien en leuk om cadeau te geven. Wederom prettig geprijst, en de dame in de winkel (Andrea) is erg vriendelijk. Jammer dat mijn vocabulaire Spaans nog wat beperkt is, maar met handen en voeten kwamen we er ook wel uit.
Fran Segura Chocolab. Calle del teatro 14, Alicante.

Calle San Francisco
Deze straat loopt tussen twee mooie pleinen, is voetgangersgebied en heeft surrealistisch grote paddenstoelen waar je onderdoor loopt. De straat zit barstensvol met interessante eetzaakjes, ik noem er een paar:

Fläkta Natural
In de vitrine staan lollypops in alle kleuren van de regenboog en een even breed assortiment aan smaken. Een ijslolly kost maar €1,90 en is voor een klein bedrag naar wens uit te breiden met verschillende dips en toppings. De ijslolly frambuesa, framoos, was verrassend lekker. Het was sorbetijs, maar was totaal niet hard en ijzig maar tussen waterijs en roomijs in – erg smaakvol en fruitig.
Fläkta Natural Calle San Francisco 50, Alicante. Locatie Google Maps

Mery Croket
In dit zaakje kun je maar liefst elf (!) soorten croketas kopen met smaken waarvan het water je in de mond loopt. Daarnaast verkopen ze ook broodjes, drankjes en daggerechten, veelal gebaseerd op groenten.
Mery Croket Calle San Francisco 52, Alicante. Locatie Google Maps.
Laneu Helados Frescos
O wat ziet het er allemaal goed uit – zowel het grafisch ontwerp en de ijssmaken zoals caramelo ala sal (karamel met zout) – en wat zijn de recensies veelbelovend. Laneau is een ijssalon en verkoopt sorbetijs van biologisch fruit, roomijs en horchata – een drank uit de provincie Valencía op basis van aardamandelen. Jammer dat Lenau net op vakantie was toen wij langskwamen.
Laneu Helados Frescos Calle San Francisco 12, Alicante.


Calle Chicos!
Calle San Francisco zit vol met tapaszaken, dus kies er eentje aan die je aanspreekt. Opvallend is Calle Chicos, waar mensen buiten aan een soort loket staan te genieten van hun tapas en koude caña (biertje).
Calle Chicos! Calle Sanfranciso 20, Alicante.
Praktisch
Alicante is bereikbaar via het vliegveld van Alicante, bijvoorbeeld met Transavia en Vueling.
Kom je met de auto?
Zet je auto dan in parkeergarage Alfonso El Sabio, die zich pal naast Mercado Central bevind. Het fijne is dat deze parkeergarage per minuut rekent en dat voor maar 2 cent per minuut, oftwel €1,20 per uur midden in de stad. Ook zijn er gratis opvallend schone toiletten. Vanaf hier is alles goed bereikbaar te voet.
Avenida de Alfonso X El Sabio, Alicante.
Locatie: https://goo.gl/maps/C6vRy9jHFBq
Alicante is een aanrader om eens naar toe te gaan, en is gemakkelijk te combineren met een bezoek aan het prachtige binnenland of andere kustplaatsen. Het is vooral de kunst om te kiezen voor de niet zo toeristische plekken aan de Spaanse Costa Blanca.
mrt 31, 2016
Krombekken, kievitsbonen, adukibonen, belugalinzen en grauwe erwten. Voor de oudere generatie zijn sommige niet vreemd, maar de doorsnee Nederlander heeft er nog nooit van gehoord. Als je vraagt of iemand wel eens bonen eet, wordt je vies aangekeken. Een mooie reden dat 2016 door de Verenigde Naties uitgeroepen is tot year of the pulses (peulvruchten). Maar wat moet je er nou eigenlijk mee?

Bonen op de markt: Mercado Central in Valencia, Spanje.
Er wordt veel gesteggeld over de indelingen en wat nu wel en geen peulvruchten of bonen zijn. Uiteindelijk zijn het allemaal peulvruchten, zolang ze maar van de vlinderbloemigen (Fabaceae of Leguminosae) afkomen. Het grote verschil zit hem in de voedingswaarde, en daarin maak ik het liefst het onderscheid. Toevallig is dit makkelijk op te delen in vers en gedroogd:
Vers; doperwten, kousenband, peultjes, sperziebonen, snijbonen, sugarsnaps en tuinbonen.
Gedroogd; adukibonen, bruine en witte bonen, cannellinibonen, flageolets, grauwe en groene erwten, kapucijners, kidneybonen, kievitsbonen (borlotti), kikkererwten, limabonen (ook wel boter- of olifantsbonen), linzen, mungbonen, pintobonen, spliterwten, tuinbonen, zwarte bonen, zwarte oogbonen (waarvan de Engelse naam veel leuker is: black eyed peas), spliterwten. Veel gedroogde bonen zijn ook te koop in gekookte vorm in blik of pot, al dan niet met toevoegingen zoals zout of zelfs saus – zoals bij witte bonen in tomatensaus of kidneybonen met chilisaus.

Kievits- of borlottibonen. Foto: Annemieke Dubbeldeman.
Verse peulvruchten worden vaak gezien als groente en bevatten niet veel eiwit. Ook wordt in de meeste gevallen de volledige peul met de zaden (de peulvruchten) gegeten. Een uitzondering hierop zijn doperwten en tuinbonen, al is men in Turkije en Griekenland bijvoorbeeld wel behendig in het lekker klaarmaken van het hele geval, mits jong geoogst. Gedroogde bonen zijn juist wél eiwitrijk en worden niet als groente gezien, maar als “bonen”. Er bevinden zich ook nog wat soorten op het grensvlak. Onno Kleyn vertrouwde mij toe verse kievitsbonen te hebben gegeten en verse witte bonen in Frankrijk, die we in Nederland vooral gedroogd kennen. Bij tuinbonen is het precies andersom: die eten we vers, maar kun je ook gedroogd kopen. Edamame zijn jonge groene sojabonen, te koop met en zonder peul, vers of in zakken uit de diepvries van de toko. Lekker – zo uit de peul met wat zeezout – of zonder peul in de curry. De gedroogde, oudere en daardoor lichtbruin gekleurde sojaboon wordt niet snel in een gerecht gebruikt maar wel breed toegepast in allerlei industrieel vervaardigde producten zoals in sojamelk -yoghurt en -room, tofu, meel en gefermenteerd in sojasaus zoals ketjap en tamari, miso (sojabonenpasta) en tempeh. De pinda is een vreemde eend in de bijt, want deze peulvrucht is vermomd als noot. Tot slot hebben we nog kiemen van gekiemde bonen, zoals taugé (mungboon). Volgens bonenkenner Joke Boon (ja, zo heet ze écht!) zijn kiemen vooral lekker van kleine boontjes, zoals laatstgenoemde en linzen.

Gedroogde witte olifantsbonen
Met pulses worden alleen de gedroogde bonen bedoeld, en niet de verse peulvruchten of de andere bovengenoemde toepassingen. De reden dat de Verenigde Naties gedroogde peulvruchten in het zonnetje zet en de productie en handel ervan wil stimuleren, is een hele logische. Zoals gezegd bevatten veel soorten een hoop eiwit, maar daarnaast ook veel vezels, vitamines en mineralen. Kleine wondertjes dus, maar gek genoeg behoorlijk ondergewaardeerd. Gedroogde peulvruchten zijn goedkoop en lekker, en kunnen veel betekenen voor mensen in ontwikkelingslanden, maar ook gewoon in Nederland. De keuken in dus!
Around the world
In veel keukens op onze aardbol zijn gedroogde peulvruchten goed ingeburgerd. Het laat ook meteen de veelzijdigheid ervan zien, bijna oneindig.
Spanje Espinacas con garbanzos a la Andaluza; spinazie met kikkererwten, knoflook, komijn en sherryazijn of Habas fritas con sal; gefrituurde tuinbonen met zout als snack, te koop in een zakje, net als pinda’s
Italië ribbolita soep met cannelinibonen en cavolo nero. Of heel simpel, gekookt met een straaltje goede olijfolie en een snufje zout
Griekenland in soepen, salades en stoofschotels of als bijgerecht, zoals de olifantsbonen, Yígantes
Turkije Leblebi, geroosterde kikkererwten als snack
Midden-Oosten falafel, hummus
Mexico Enfrijoladas, tortilla’s met zwarte bonensaus
Suriname BB met R – bruine bonen met rijst en rotiplaat met dal (gele spliterwten of linzen)
Cariben zwarte bonensalade met mango, papaja, limoen, Spaanse peper en amandel
VS zoete bean pie met witte bonen, specerijen en gecondenseerde melk
India dal; vaak linzen of spliterwten, nog heel of tot een dikke saus gekookt en op smaak gebracht met allerlei kruiden en specerijen, geserveerd met rijst of platbrood en groenten, of in een curry
Japan (Sakura) Mochi; zoete zijdeachtige ongebakken zachte koekjes van kleefrijst(meel) met een vulling van adukibonen

Mochi, ook verkrijgbaar met vulling van adukibonen bij Cha No Ma in Wenen, Oostenrijk.
In Nederland houden we het simpel, maar dat hoeft niet minder lekker te zijn. Denk maar aan kapucijners als onderdeel van een rijk captains dinner, een chili con of sin carne (van oorsprong niet Nederlands, maar veel gegeten – net als een curry in Engeland) en ook met witte bonen in tomatensaus weten we wel raad. Sommige mensen eten deze jongens het liefst gewoon zo – maar met enkele simpele toevoegingen zet je er fantastisch lekkere gerechten mee op tafel.
Van start
Dat smaakt naar meer, niet? Moeilijk hoeft het niet te zijn. Wil je eenvoudig beginnen, zoek dan eens online op recepten. Voor de echte bonenbeginner zijn de receptenzoekers van Allerhande en het Voedingscentrum erg toegankelijk. Je kunt op deze sites ook nog voorkeuren aangeven, bijvoorbeeld hoe snel je klaar wilt zijn. Nóg leukere en lekkerdere recepten vind je op vegatopia.com en degroenemeisjes.nl Op okoko.nl vind je veel recepten van bekende chefs en uit kookboeken. Zoek op alle sites eenvoudig op “bonen” (of een specifieke soort) en klaar is kees.

De smaak te pakken
Heb je de smaak te pakken, wil je handige tips en instructies, meer diepgang en goede recepten? Koop (of leen) dan een boek. Koken uit een boek is fijn: je kunt er doorheen bladeren en hoeft niet op een scherm te turen tijdens het koken. Enkele tips voor boeken met veel bonenrecepten:
Vegatopia – het kookboek boordevol inspirerende recepten zonder vlees en vis, van burgers tot hummus en van burrito’s tot couscous. De pastasalade met limabonen, gegrilde courgette en munt is van mijn hand, evenals het hoofdstuk eiwitten met veel informatie en tips over peulvruchten.
Eet jezelf gezond en Eten als medicijn van Dale Pinnock: eenvoudige kleurrijke gerechten, bomvol smaak en voedingsstoffen. Veel vegetarisch, een beetje vlees en vis: adukibonendip met knapperige crudités, cannelinibonen met boerenkool, knoflook, parmezaan en chili en tonijnsteak met kruidige bonensalade.
Granen, peulvruchten en zaden voor originele gerechten met heerlijke verfijnde smaakcombinaties, zoals pompoen en spinaziesalade met quinoa en zwarte linzen en baked beans met spek, ahornsiroop en laurier.
India – kookboek van Pushpesh Pant, met wel ruim 800 pagina’s (!). Heeft een heel hoofdstuk geweid aan peulvruchten, met maar liefst 59 recepten. Vele varianten van dal en een aantal curry’s, maar ook in de andere hoofdstukken komen veel peulvruchten voor, zoals Khichari met mungbonen – gekookte rijst op smaak gebracht met anijs, laurier en gember.
Over Rot van Meneer Wateetons biedt een bescheiden aantal recepten met bonen, maar ze zijn wel h-e-l-e-m-a-a-l te gek. Maak je eigen miso (je weet niet wat je proeft, zó lekker), zwartebonensaus (met zwarte sojabonen dus, geen zwarte bonen), sojasaus of tempeh. Oer-Hollandse sojasaus behoort ook tot de mogelijkheden, van bruine bonen en rogge. Dé droom van iedereen die graag veel uren – al dan niet experimenterend – in de keuken doorbrengt. Het hele boek trouwens, maar daar kom ik een andere keer op terug.

Verschillende soorten zelfgemaakte miso van Meneer Wateetons tijdens de workshop Fermenteren XL
Wil je de absolute bonenbijbel, schaf dan Bonen! van Joke Boon aan. Joke vroeg zich in 2014 af: “Wat zou ik nu elke dag lusten?” Meteen wist ze het antwoord: bonen en peulvruchten. Dit jaar leverde zoveel lekkere gerechten op, dat ze er een boek van maakte. Haar boek staat bol van de bonen: achtergrond informatie, hoe je bonen weekt en bewaard, waar je ze koopt en natuurlijk hoe je ze klaarmaakt. En dat is niet mis, wat dacht je van: linzentruffels, regenboogsalade, muffins met appel, linzen-ananascake, lupinekoekjes met amandel, tuinbonenspread met geitenkaas, Japanse zoete bonenspread voor op brood en after eight mousse? Een prachtig naslagwerk, al bladerend loopt het water je in de mond en je krijgt meteen zin om alles uit te proberen. Tot slot een mini-interview met Joke met wat nuttige tips:
Welke tip heb je voor het kopen van bonen? “Koop gedroogde peulvruchten bij de mediterrane supermarkt, daar zijn ze goedkoop. Of ga naar de boer zelf! Dat is een heerlijk ritje waarbij je volkomen onthaast. Zie mijn boek voor adressen achterin. Week en kook zelf je peulvruchten, dat is geen moeite, lekkerder en goedkoop.”
Welke eenvoudige tip(s) heb jij voor mensen die wel graag meer bonen willen toevoegen in hun eetpatroon, maar niet zo van koken houden? “Begin met linzen! Die hoef je niet te weken, en zijn zo gaar. Doe ze eens in de salade, maak er hummus van of soep.”
Heb je nog tips voor leuke websites met bonenrecepten? “Op de facebookpagina Bonen post ik met regelmaat weetjes, tips en recepten. En de site van de Blije Boon, dat is de site van het nationaal Bonencomité.”
Welk recept uit jouw boek is het meest toegankelijk voor bonen-beginners? “Misschien wel dat van de witte bonen in tomatensaus met ui en kaas en/of spek. Dat lust ik nou écht iedere dag!”

mrt 25, 2016

Dirty Chai rijstdessert met mango
Lees hier uitgebreid over thee en chai.
2 personen
50 gram pandanrijst
½ mango
200 ml kokosrijstmelk of melk naar keuze
1 zakje Dirty Chai thee (Celestial Seasonings)
1 theelepel kristalsuiker
- Kook de rijst gaar in water volgens de aanwijzingen op de verpakking.
- Snijd intussen de mango in plakjes.
- Leg het theezakje op de gare rijst en giet de melk erover. Zorg dat het zakje onderstaat.
- Zet het vuur hoog tot halfhoog en roer af en toe. Pas op voor aanbranden. Haal na 5 minuten het zakje uit de melk.
- Kook nog circa 5-8 minuten tot de melk indikt en de rijstpap stevig is.
- Schep de rijst in twee schaaltjes, bestrooi met suiker en garneer met de mango.
Dit dessert kun je naar wens ook maken zonder suiker. Het haalt alleen net de smaak iets op waardoor het nóg lekkerder is.
mrt 24, 2016
Thee en paardenstal? Het heeft meer met elkaar te maken dan je denkt. Mariëlla Erkens hield pasgeleden een interessante lezing over thee ter gelegenheid van de lancering van Dirty Chai van Celestial Seasonings. In dit uitgebreide achtergrondartikel lees je over de geschiedenis van thee, chai en de invloed van terroir. Onderaan vind je een recept voor een Dirty Chai rijstdessert met mango. Mariëlla vertelt:

“Chai is afgeleid uit het Sankriet en betekent thee. 5000 jaar geleden werden er al sporen van het oorspronkelijk theegebied gevonden, in Zuid-China, Noord-India, Myanmar en Thailand. Landsgrenzen bestonden toen nog niet, waardoor al deze landen nu claimen dat hun land het geboorteland is van thee. En ze hebben eigenlijk allemaal gelijk. Het begon toen niet met de chai die wij nu kennen. Destijds was thee medicinaal bedoeld. Heel bitter, want men wist niet hoe je de fijne smaken uit thee kon halen. Het blad werd samen met twijgjes, takjes en kruiden zoals gember gebruikt tegen ziekte. In India wordt het bij de Ayurveda nog steeds gebruikt.”
Gegrilde thee
“In duizenden jaren is thee geëvalueerd en een drank op zich geworden. Dat is in China begonnen. Men ontdekte dat als je het theeblad eerst verhitte, het niet meer kon oxideren (bruin of zwart worden) en de smaak bleef behouden. Voor die tijd grilden ze het, waardoor het bitter werd. Door het verhitten bleef het blad groen, en men ontdekte dat door het rollen van het theeblad er veel meer geuren en smaken vrijkwamen. Thee werd gecultiveerd en er ontstonden theeplantages. Thee werd verfijnd. Het ging allemaal om groene thee, ook in India. In 17e eeuw is zwarte thee door Chinezen per ongeluk ontdekt. Ze wilden de thee zoals gebruikelijk verhitten om oxidatie te voorkomen. Op dat moment kwam er een vijandelijk leger aan, en moesten ze maken dat ze wegkwamen, waardoor ze de theeoogst niet konden bewerken. De thee was bruin na terugkomst – vergelijkbaar met een appel waar je in bijt waarbij onder invloed van zuurstof de kleur en smaak veranderen. Dit moet je ook bij thee doen: de cellen kapot maken om de aroma’s vrij te laten komen. De oogst leek mislukt. De thee werd gedroogd en tegen de Engelse koopman werd gezegd dat ze een bijzonder en uniek product voor hem hadden, maar dat het daardoor wel duurder was. De Engelsman was razend enthousiast over de smaak en kocht alles op. Vanaf dat moment werd zwarte thee gemaakt. Chinezen zelf vonden het niets en nog steeds wordt het niet veel gedronken in China.”
Gesmokkelde theezaden en opium
“Bij de Engelsen kwam steeds meer onvrede over het feit dat ze afhankelijk waren van de Chinezen. De theeprijzen werden alsmaar hoger. Ze wilden het verbouwen van thee ook proberen in hun eigen kolonieën, maar kregen het niet voor elkaar, ondanks het smokkelen van theezaden. De opiumoorlog werd uitgelokt, om opium te kunnen ruilen voor thee. De Chinezen verloren Hong Kong, maar ook het recht op de theemonopolie. De Engelsen kregen het recht om op de plantages medewerkers en zaden mee te nemen. Hiermee ging men aan de slag in Ceylon, de kolonie in India. China werd door Engeland weggevaagd van de kaart wat betreft thee. Pas de laatste 40-50 jaar is China weer grote speler op de theemarkt.”

Mariëlla Erkens zet chai op basis van water (zonder melk)
Laffe hap
“Engelsen waren (en zijn) gek op zwarte thee. Ze drinken het loeisterk met veel melk en suiker, dus ze hebben een krachtige, moutige thee nodig. In India werd de zwarte thee alleen verbouwd voor de Engelsen. Er waren wel kleine plantages die experimenteerden met groene thee. Ook in Afrika wordt inmiddels veel zwarte thee verbouwd. Hoe komen we dan bij chai? Want dat was zwarte thee. Thee was hartstikke duur, het was voor de elite. Pas in 19e en 20e eeuw konden de Indiërs er ook van meegenieten, omdat er machines werden uitgevonden die bulk konden produceren, waardoor de prijs omlaag kon. Men dronk in India al heel veel warme dranken op basis van melk of koude dranken zoals lassi. En daar ging altijd gember in. Hoe de Engelsen het zetten vonden ze waarschijnlijk een laffe hap, dus deden ze er gember, kardemom en kaneel bij, want dat waren ze gewend. Zo is chai ontstaan, een eigen volksdrank. Het verbindt ook de kastes. Officieel afgeschaft – maar in het dagelijks leven nog steeds hartstikke aanwezig. Hoge kaste, lage kaste – waar je ook vandaan komt, iedereen drinkt chai. En dat is mooi.”
Chai wallahs
“Chai wallahs, zijn in India theeverkopers op straat. Er staat een ketel met melk, suiker en kruiden op. De laatste vijf minuten gaat er thee bij, en wordt het gezeefd. Dit ging altijd in aardewerken kommetjes, speciaal gemaakt voor chai. Na eenmalig gebruik gooide je het kommetje achter je kapot. Om het theetentje lag een tapijt van aardewerken scherven. Deze werden opgeveegd, vermalen en er werden nieuwe kommetjes van gemaakt. Inmiddels is dit karton (of glas) geworden, omdat er veel zware metalen in het aardewerk bleken te zitten en men er ziek van werd.”
Kijk hier een mooi filmpje op Youtube over chai wallahs in India.

Still uit filmpje uit chai wallah in India
Het klassieke recept
“In India is chai altijd op basis van melk. De melk wordt 10 minuten gekookt met suiker en chaispecerijen, dan gaat er losse assamthee bij voor 4-5 minuten en tot slot wordt het gezeefd.”
Thee
zwarte assamthee
Specerijen
“Voor chai zijn zoveel recepten als er mensen zijn, iedereen zweert bij zijn eigen recept.” zegt Mariëlla.
Mogelijkheden: kaneel, gember, zwarte peper, kardemom, steranijs, kruidnagel, nootmuskaat, vanille… “Ook rode peper, venkelzaad, koriander kunnen worden toegevoegd. In Noord-India gaat er altijd gember in, omdat het goed verwarmt en werkt tegen keelpijn en verkoudheid.”
Nat hout en paardenstal
“Thee kan ongelofelijk veel aroma’s in zich hebben, net als wijn. Citroen, appel, hout, nat hout, leer, stal, paard, druiven, moscatel, gedroogd fruit. Alle aroma’s die je in wijn tegenkomt kun je ook in thee tegenkomen. Het hangt van de theesoort af, maar dat geldt voor wijn ook. Thee heeft heel veel gemeen met wijn. Eigenlijk is het enige wat ze niet gemeen hebben, alcohol. Terroir is zo belangrijk. Terroir is de combinatie van factoren die uiteindelijk heel belangrijk zijn voor de smaak van de wijn, thee, chocolade of koffie. Mineralen in de grond, grondsoort, klei, zand, hoogte ligging, hoeveelheid zon en regen, temperatuur en de plant zelf bepalen uiteindelijk de smaak.”
Tie Guanyin
“Thee wordt altijd van theeplant gemaakt. Thee mag feitelijk alleen thee heten als het gemaakt is van het blad en/of de twijgjes van de theeplant: Camellia sinensis. Er bestaan twee varianten camellia sinensis sinensis en camellia sinensis assamica. Deze hebben vergelijkbare karakteristieken. Assamica heel krachtig van smaak, beter tegen ziektes, hitte, tropisch gebied. De ander kan tegen kouder gebied, is fijner en kan maar vier keer per jaar geplukt worden. Hij groeit hoog met minder zuurstof waardoor hij meer smaak heeft, complexer. Assamica kun je elke 2 weken plukken, dit gaat ten koste van complexiteit. Deze twee theevarianten hebben wel een heleboel subsoorten, net als bij wijn. Een Cabernet Sauvignon uit Frankrijk, Chili of Australie smaakt anders, maar hebben wel allebei de karakteristieken van een Cabernet Sauvignon. Dat geldt ook voor thee. Als je Tie Guanyin proeft – oolong thee – uit Thailand, Taiwan of China, zul je van alledrie proeven dat het een Tie Guanyin is, maar ze hebben allemaal hun eigen karakter. Dat terroir hebben ze gemeen met wijn, maar ook het proces, de hand van de meester zoals wanneer de thee geplukt wordt, is van invloed op uiteindelijke smaak.”
Versterkend effect
“Wijn en thee hebben een versterkend effect op eten. Wijn kan geweldig goed een gerecht omhoog halen, thee kan dat ook. Je kunt een nieuwe smaak creeëren, elkaar in harmonie complementeren en elkaar versterken. Je kunt er zulke geweldige dingen mee bereiken, zo jammer dat dit nog niet gebeurt in Europa. In Azië is dit heel gewoon, daar drinken ze al eeuwen thee bij hun eten. In Europa vinden we dat heel raar. Er zijn steeds meer restaurants die er open voor staan en theekaarten opstellen. Maar helaas nog veel te weinig.”
Trektijd van 19 seconden
“De gemiddelde trektijd van thee in Nederland is 19 seconden. Sneu voor het theezakje; het krijgt niet de kans om smaak af te geven. Alleen kleur en een bittere smaak. Gezet met hard water wordt de kleur donker en de smaak bitter door te hengelen met het zakje. Bittere moleculen zijn groot. Deze laten moeilijk los, pas na vier minuten. Maar als je hengelt, sla je er als eerst de bitters uit. Resultaat: gekleurd water dat bitter smaakt. De subtiele smaken worden weggevaagd door kalk in het theewater.”
Hoe zet je thee?
Thee bestaat voor 99% uit water, dus het is belangrijk dat je hier aandacht aan besteed. “Zeg maar dag met je handje tegen je thee, als je voor de verkeerde soort water kiest.” zegt Mariëlla.
Enkele tips:
- Vers water (dus geen water dat al drie keer gekookt is in de waterkoker)
- Zacht water, zoals Spa blauw. Hard water bevat kalk, en pakt de aroma’s van de thee in.
- Niet hengelen met het theezakje, zo krijg je bittere thee.
- Laat het zakje rustig 2 minuten trekken in zacht water. Zo wordt je thee veel complexer en lekkerder van smaak.
Tot slot een lekker recept met Dirty Chai, waarin naast de specerijen ook een vleugje koffie is toegevoegd.
Dirty Chai rijstdessert met mango

Dirty Chai rijstdessert met mango
2 personen
50 gram pandanrijst
½ mango
200 ml kokosrijstmelk of melk naar keuze
1 zakje Dirty Chai thee (Celestial Seasonings)
1 theelepel kristalsuiker
- Kook de rijst gaar in water volgens de aanwijzingen op de verpakking.
- Snijd intussen de mango in plakjes.
- Leg het theezakje op de gare rijst en giet de melk erover. Zorg dat het zakje onderstaat.
- Zet het vuur hoog tot halfhoog en roer af en toe. Pas op voor aanbranden. Haal na 5 minuten het zakje uit de melk.
- Kook nog circa 5-8 minuten tot de melk indikt en de rijstpap stevig is.
- Schep de rijst in twee schaaltjes, bestrooi met suiker en garneer met de mango.
Dit dessert kun je naar wens ook maken zonder suiker. Het haalt alleen net de smaak iets op waardoor het nóg lekkerder is.
dec 21, 2015
– suikervrij, koemelkvrij en glutenvrij
English recipe below
Ingrediënten
50 g hazelnoten
2-3 druppels stevia of een drupje honing
½ el olie naar keuze
1 el cacao
10 g amandelmeel of geraspte kokos of een mix
- Rooster de hazelnoten en laat afkoelen
- Meng de olie en stevia. Roer de hazelnoten erdoor zodat ze helemaal bedekt zijn met een laagje olie.
- Roer de cacao erdoor en roer goed zodat de hazelnoten bedekt zijn met cacao.
- Rol de hazelnoten door amandelmeel of kokos en serveer op een schaaltje.
Hazelnuts with cocoa and coconut
RECIPE FOR 2 PERSONS
– Sugar free, dairy free and gluten free
Ingredients
50 g hazelnuts
2-3 drops of stevia or a drop of honey
½ tbsp oil of your choice
1 tbsp cocoa powder (unsweetened)
10 g ground almonds or grated coconut or a mix
- Toast the hazelnuts and let them cool down
- Mix the oil and stevia (or honey). Stir in the hazelnuts until they are completely covered with a layer of oil.
- Stir in the cocoa and make sure that the nuts are well coated with cocoa.
- Roll the hazelnuts through the almond flour or grated coconut and serve.
nov 12, 2014
Ilja Gort, de Nederlandse wijnboer van Chateau La Tulipe in Frankrijk, schrijft graag. En dat doet hij goed. Slurp à la Gort gaat tegen elke verwachting in maar nauwelijks over wijn. Ondanks dat het ontwerp van het binnenwerk niet erg mooi is – paginagrote glossy foto’s van niet al te beste kwaliteit met daarop de tekst – geeft de fotocollectie een leuk kijkje in het leven van Ilja. Ilja heeft een heel eigen schrijfstijl en veel humor. Zijn korte verhalen lezen als een trein en zorgen dat je om de haverklap hardop zit te lachen. De verhalen gaan over Ilja’s leven, Franse baguette, kurkbomen, leuke eet- en slaaptips in Frankrijk met en passant een aantal wijze levenslessen, zoals: zoek een doel in het leven en doe wat je leuk vind. Slurp à la Gort geeft mij eindelijk de bevestiging dat ik niet de enige ben met slechte restaurantervaringen in Frankrijk. Gort heeft er velen, en weet dat hilarisch te verwoorden. Zo bestudeert hij de Franse cappuccino (een nachtmerrie) en probeert een goed restaurant te vinden aan de hand van de wijnglazen op tafel. Het boek verwijst ook naar online filmpjes en een vermakelijke nieuwsbrief zodat je ook als je het boek uit hebt (en dat gaat snel) nog verder kunt genieten van zijn verhalen. Dit boek is een enorme aanrader, ook als je geen wijnliefhebber bent.
Slurp à la gort – Ilja Gort
Uitgeverij Carrera, € 14,95
jun 30, 2014

Een koemelkvrij groentedessert bij Restaurant Bolenius
Niet ieder restaurant speelt even makkelijk in op een voedselovergevoeligheid of -allergie of andere wensen. Het is vast niet de laatste keer dat ik vraag om een menu zonder koemelk, “Mevrouw, geen enkel probleem” en dat ik dan tóch iets met koemelk op mijn bord krijg.
Gelukkig zijn er ook restaurants die het wél begrijpen. Deze mensen verstaan hun vak, weten hoe belangrijk het is om in te spelen op de wensen van je gasten en dat hun gezondheid op het spel kan staan. Een aangepast menu maken? Daar doe je ze zelfs een groot plezier mee. Voor deze restaurants is dat juist een stimulans om de meest verrukkelijke gerechten op tafel te toveren en je net zo’n fijne en lekkere middag/avond te bezorgen als de rest van je tafelgenoten. En zo hoort het.
Welke restaurants ik hiermee bedoel?
Restaurant Natuurlijk in Egmond aan Zee. Een heel prettig en (h)eerlijk restaurant waar je neer kan strijken na of voor een lange strandwandeling. Natuurlijk maakt gebruik van zoveel mogelijk biologische- en streekproducten. Er staan maar liefst vijf vegetarische hoofdgerechten op de kaart, waaronder The Dutch Weed Burger van Lisette Kreischer en Mark Kulsdom. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van producten van de Vegetarische Slager. Chefkok Niels Wouda houdt graag rekening met je wensen en leeft zich dan helemaal uit. Ik at in 2007 bij hun vorige restaurant Egmondsch Kaatje en toen kreeg ik met kerst een totaal suiker- en koemelkvrij menu voorgeschoteld. Ook bij Natuurlijk heb ik zonder moeite koemelk- en suikervrij gegeten. Ze haalden zelfs speciaal ijs voor me in huis. Fantastisch.
Dr. Wiardi Beckmanlaan 8, Egmond Aan Zee.
Tel: 072 506 27 49
Restaurant Bolenius in Amsterdam Zuid. Een heel fijn restaurant, heel onverwacht tussen de kantoorpanden in Amsterdam Zuid met een eigen moestuin! Bolenius is een modern restaurant en de eigenaren zitten vol met creatieve ideeën en die zie je terug op het bord. De gerechten zijn heel verrassend en er is veel aandacht voor groenten, bloemen en kruiden. Een vegetarisch en veganistisch menu vinden eigenaren Luc Kusters (chefkok) en Xavier Giesen de normaalste zaak van de wereld. Een allergie of andere wensen? Daar houden ze maar al te graag rekening mee en er wordt steeds gevraagd of alles naar wens is. Ik kreeg een volledig vegetarisch en koemelkvrij menu, geen probleem. Zo fijn! Lees hier mijn uitgebreide verslag in foto’s.
George Gershwinlaan 30, Amsterdam.
Tel: 020 40 444 11
Het zou fantastisch zijn als er steeds meer restaurants komen die graag inspelen op de wensen en behoeften van haar gasten, ook als het om een voedselovergevoeligheid of -allergie gaat. Wie volgt?
mei 17, 2014
Onderstaande boeken gebruik ik al een tijdje in mijn keuken, en zijn hele fijne boeken voor dagelijks gebruik. Allemaal met lekker veel groente.

De Groentebijbel – Mari Maris
In de Groentebijbel staan maar liefst 65 groentesoorten en eigenlijk nog meer, want bosui en sjalot staan bijvoorbeeld in hetzelfde hoofdstuk. Het boek heeft een stevige hardcover en bijna 500 bladzijden met 850 recepten in een prettig leesbare en strakke typografie. Het boek begint met basistechnieken voor in de keuken, handige basisrecepten zoals bouillons, sauzen en deeg en een seizoenskalender.
Bovenaan elke pagina staat de groentesoort, dus je kunt deze eenvoudig en snel opzoeken. Bijna elke groente is gefotografeerd op het land met blauwe luchten of zwarte aarde: grappig om ook eens de hele plant te zien. Elk groentehoofdstuk is overzichtelijk ingedeeld: seizoen, kopen, verwerken, combinaties, recepten. Vooral Frans en Italiaans, maar eigenlijk komt de hele wereldkeuken langs: Spaans, Hollands, Mediterraans, Aziatisch, Zuid-Amerikaans. Bijna elke groente kent een “bijna puur” bereiding: lekker simpel dus. De recepten zijn zowel hartig als zoet: van artisjokbodems (op negen manieren om ze te marineren) en tiramisu van wortel of in sinaasappelsap gesmoorde rabarber. De recepten zijn vaak vrij eenvoudig. Veel van de recepten gaan vergezeld van variatietips en serveersuggesties, erg prettig! Een fantastisch basisboek om elke dag uit te koken.
De Groentebijbel – Mari Maris
Uitgeverij Carrera – €29,90

I love groente – Janneke Vreugdenhil
Als je dit boek in je handen hebt, wordt je meteen vrolijk. Een lekker handzaam formaat met mooi papier en felle kleuren. Hier hou ik van: snelle en lekkere recepten met groente als uitgangspunt. Een boek dat bruist van het enthousiasme met omschrijvingen waar je meteen trek van krijgt: “Dit gerecht staat in no time op tafel en smaakt alsof je op een met geraniums overgroeid terras aan de Bosporus zit.” Elk hoofdstuk begint met I love…: groene blaadjes, wortels & knollen, pompoenen & paddo’s, bonen & erwten, aubergines & courgettes, tomaten&paprika, de familie ui, kool & co, mix en match. De recepten zijn zeer gevarieerd. De keukens van Italië, het Midden-Oosten, Spanje en Azië komen veel voorbij, maar ook de Hollandse: Thaise yam van kouseband & pinda’s, doordeweekse snijbonen met knoflook en tijm, rokerige baba ganoush en maak-je-groentela-leeg-soep. Bekijk hier alvast 18 pagina’s van Janneke’s heerlijke boek met bijvoorbeeld recepten van haar Marokkaanse zoete oranjebloesem worteltjessalade of tofu met paksoi, zwarte bonen en flink veel peper.
I love groente – Janneke Vreugdenhil
Uitgeverij Nieuw Amsterdam – €19,95


Fresh en Light – Donna Hay
Fresh en Light is een heerlijk groot boek wat open blijft liggen, met prachtige fotografie waarvan het water je in de mond loopt. Het boek bevat eenvoudige recepten voor ontbijt, lunch, salade, (snelle) avondmaaltijden, snacks, bijgerechten, desserts, traktaties en basisrecepten. Donna Hay is geen fan van diëten maar van balans en dat laat ze in dit boek zien. Naast gebalanceerde recepten is er ook plaats voor (zoete) verwennerij. Het boek bevat heel veel vegetarische recepten met veel aandacht voor groenten, granen, peulvruchten en tofu. De focus ligt vaak op de Aziatische en Italiaanse keuken en het Midden-Oosten. Een greep uit de recepten: wentelteefjes uit de oven, salade van rauwe bietjes met gegrilde geitenkaas, krokante tofoesalade, pittige wortelfrittata en chocolade biscotti met noten. Een terugkerend element zijn de pagina’s met een basisrecept met vele varianten daarop, zoals: ontbijtmuffins, volkoren pizza’s, Vietnamese rijstrolletjes, papieren pakketjes, edamame boontjes en ijslolly’s. Met alle lichte en eenvoudige recepten een heerlijk boek voor de lente en zomer, maar eigenlijk heel geschikt voor elke dag van het jaar.
Fresh en Light – Donna Hay
Uitgeverij Van Dishoeck / Unieboek Het Spectrum
€25,00