Servië raakt mij

Op vele vlakken. Dat is zó veelomvattend, daar kan ik een boek over schrijven. Dat doe ik dus ook.

Laat ik eens een begin maken bij de muziek. Dat is een groot ding, in Servië.
Ingebakken in de cultuur.

En dan bedoel ik niet de turbofolk die oprukt tegenwoordig.

Nee, de folkmuziek die in kafana’s – een speciaal type café – gezongen werd in de jaren zestig, zeventig, tachtig.
In kafana’s werd muziek vol emotie gezongen, begeleid door een Tamburaŝki orkestar, zoals accordeon, viool, tamburica (kleine gitaar) en contrabas.

Mensen springen op van hun stoel, gaan mee met de muziek en laten zich gaan. Vol gebaren, dansend, zingend. Nog beter in combinatie met veel drank natuurlijk. Voor Joegoslaviërs werkte dit als een soort therapie om persoonlijke issues te kunnen doorstaan. Liefdesverdriet is dan ook steevast onderwerp van de liedjes.

Échte kafana’s zijn helaas al ter ziele gegaan.* Maar die goede sfeer kun je nog steeds proeven in Servië, helemaal in goed gezelschap. De Serviërs hebben daar een mooi woord voor, deze sfeer, het veelomvattende gevoel dat erbij hoort: merak. Eigenlijk valt het niet volledig uit te leggen. Als iets merak is, dan wéét je het. En daarvoor moet je in Servië zijn. Maar ook bijvoorbeeld in Slavonië, een regio bovenin Kroatië, kun je het vinden.

In deze video die ik heb gemaakt, kun je de sfeer een beetje proeven.
Het nummer wat je hoort is Svirajte Nocas Samo Za Nju (Speel vanavond alleen voor haar) van Toma Zdravković. Eén van mijn vele favorieten.

* Waar Jelica Novaković en Sven Peeters een geweldig boek over schreven, het Kafana-tribunaal.